Go-home Photos_no Nederlands English Iceland German
www.frozendreams.nl
Antartica Call2 Goodbookers Hardloopwinkel

27e Internationale 24-uurloop Apeldoorn, 1.440 minuten rondjes rennen op winegums

26 en 27 mei 2006 (leuk, het is maar zelden dat 1 hardloopwedstrijd op 2 data plaatsvindt)

Door Jan Fokke Oosterhof

 

Paul Kamphuis gaat vandaag fijn rondjes rennen in Apeldoorn. Elk weldenkend mens zou hetzelfde doen, maar dan in de Ardennen, het Sauerland of de Vogezen. Niet Paul, die doet het in Apeldoorn, in een park – het Mheenpark – in plaats van in prachtig heuvelachtig glooiend landschap, en dan ook nog eens op asfalt en niet op prachtige hellende bospaadjes. Het Mheenpark in Apeldoorn dus; je zou er nog niet dood gevonden willen worden, en het regent ook nog eens. Toch gaat een handvol ultralopers zich hier wagen aan de 24 uur van Apeldoorn, of de 1.440 minuten of de Hardloop 3-daagse, t is maar hoe je er tegenaan kijkt, maar het zijn tenslotte 3 hele werkdagen.

Ik zal Paul vandaag (en morgen) begeleiden gedurende deze martelgang der saaiheid. Een weekend in de regen, in een tent, in het Mheenpark. Misschien kan ik wat rust vinden na het overlijden van mijn moeder. Goedgemutst rijden gaan we op weg richting Apeldoorn, als we op de Hoge Rijndijk in Leiden al vastlopen: een verlengde bus van de HTM is geschaard op de kruising bij de watertoren. Het kijkt alsof de chauffeur heeft getracht de bus aan de andere kant van de brug het water in te rijden. Hij zit hulpeloos in zijn bus te wachten tot versterking arriveert. Alle automobilisten moeten zich door een kleine doorgang wurmen. Wat doet een bus van de Haagse busmaatschappij hier dan ook in Leiden!? Ergens bij Amersfoort nuttigen we een cappuccino (Paul kan die cafeïne straks vast goed gebruiken schiet het door mijn hoofd).

Het regent hard als we in Apeldoorn aankomen waardoor ik direct besluit de tent de tent te laten en de auto om te bouwen tot mijn domein voor de nacht. Vol enthousiasme laat Paul me het Heempark zien (waarover ik niet meer hoef uit te wijden), waarna we nog wat inkopen doen bij de lokale supermarkt. Ik gris twee zakken krentenbollen, drie flessen drinken en twee zakken winegums mee uit de rekken. Paul merkt op dat ook hij in zijn kist met proviand voor tijdens het lopen, een zak winegums heeft. Ik schenk er geen aandacht aan, tot ik in het magazine van de Nederlandse Triathlon Bond in de column van Martin Breedijk lees: ‘…toen ik op zoek was naar voedingsproducten waar heel veel koolhydraten inzitten kwam ik uit bij…winegums! Een en al koolhydraten…’ Nu snap ik het! Paul is hier om 24 uur te snoepen (en stiekem is het gewoon een professional die zijn huiswerk goed gemaakt heeft).

Zoals altijd heeft Paul zich professioneel voorbereid. Paul is ultraloper en specialist in berglopen. Als topsporter sluit Paul zoveel mogelijk geluk uit tot na de finish. Hij heeft verschillende bergmarathons op zijn naam staan waaronder de zware Swiss Alpine Marathon. Onlangs was hij succesvol in de Ultra Trail du Mont Blanc een non-stop bergloop in de Alpen van 158km met 8600 hoogtemeters door Frankrijk, Italië en Zwitserland. Tijdens de wedstrijden probeert Paul een aantal dingen zo goed mogelijk te doen. Tijdens de LeidseRijn marathon had hij bijvoorbeeld in de ochtend voor de start twee bidons langs het parcours weggezet. Het werd geheel onverwacht zijn eerste marathon onder de 3 uur. Door het ultralopen heeft Paul een behoorlijke kennis van training, materiaal, verzorging en planning om grote uitdagingen te realiseren. Paul heeft zelfs een kampeertafel voor mij meegenomen zodat ik columns kan schrijven. Niks is echter minder waar. De tafel is daar om langs het parcours te zetten met zijn kist proviand erop. In het rondje is een verzorgingszone van 400 meer opgenomen waarbinnen je jezelf mag voorzien van voeding (winegums) en drank (suikerwater). In de krat met versnaperingen die Paul heeft bereid tel ik ongeveer 12 flesjes met zelfaangemaakte Björn-energiedrank met een mespuntje zout, want dat is goed voor de psyche. Tevens een doosje met stukken ontbijtkoek, ieder in een part blauw plasticzakje, afgesloten met een elastiekje tegen inregenen. Ook een doosje met mueslirepen en de zak met winegums. Om exact 20.00 uur vanavond zal ik nog een thermoskannetje met hete kippenbouillon toevoegen en morgenochtend wil Paul bekertjes cola, aangelengd met water.

Het rondje van Paul laat zich kwalificeren als uiterst saai en monotoon. Het meest opwindende is de scherpe bocht naar links van 97 graden. Een beetje afleiding krijgt de atleet in de verzorgingszone die is geflankeerd met de tenten van de verschillende estafetteteams die zich zullen gaan wagen aan het – 24 uur lang – rennen van dit ‘unieke’ rondje van 1652,72 meter, gemeten volgens internationale standaarden. In de auto zoek ik op wat er nu voor afstanden worden gelopen op dit rondje. Ik lees: parcoursrecord bij de mannen 261,475 km, bij de vrouwen 231,008km en ter vergelijking het Nederlands record bij de mannen 261,475 km en bij de vrouwen 208,606km. Diezelfde avond lees ik een foldertje van een praktijk voor Podologie en semi-orthopedische schoentechniek (je leest nogal wat als je 24 uur de tijd hebt) dat een gemiddelde mens in zijn leven 200.000 kilometer loopt. Ik vraag me af wat ultralopers lopen. Het is niet niks wat hier even wordt afgetikt in 24 uur en ik bewonder Paul’s moed om in dit internationale veld vol toppers te gaan starten en zijn debuut te gaan maken op een 24-uursloop. Zoals Paul zelf zegt; je moet niet denken in tijd en afstand, je moet gewoon steeds 10 rondjes aftikken. Hij wil de eerste uren een gemiddelde van 9.55 minuten per rondje aanhouden, dat is ongeveer 10 kilometer per uur. Hij wil dit ongeveer 12 uur volhouden, zodat hij daarna nog 12 uur heeft om ergens tussen de 160 en 200 kilometer uit te komen.

Om 14 uur exact - op de derde piep va het nieuws – klinkt het startschot. Het is een bont gezelschap dat op weg gaat. De estafettelopers sprinten weg en één team wil gaan proberen het parcoursrecord van ruim 400 kilometer te gaan verbeteren. De sololopers kuieren gemoedelijk in een ons-kent-ons sfeertje hun eerste meters. Onder hen de Duitser Karl Graf, die last heeft van zijn achillespezen, maar toch van start gaat. Hij zou lang aan de kop sieren, maar uiteindelijk terugvallen en finishen met een 17e positie en 148.744 m. Dan is er Walter Zimmerman, een Duitser die Paul blijkt te kennen. Hij trekt een beetje met de heup, heeft de bovenbenen van een bodybuilder, maar schoffelt ook 169.175 meter weg. Dan is er de serieus kijkende Schot William Sichel, die met zijn fantastische loopstijl uiteindelijk toch zijn tent inrent om er niet meer uit te komen. Ziek en uitdrogingsverschijnselen. Zijn Schotse collega-ultraloopster Pauline Walker brengt het er beter vanaf. Ze draaft werkelijk als een duracell-konijn in de rondte en tikt 201.668 meter af, goed voor een 5e positie overall en een nieuw Schots record bij de dames (hoeveel Shotse dames-ultraloopsters zouden er zijn, vraag ik mij af). Dan is er de eeuwig-lachende, altijd vrolijke en aantrekkelijke Marika Heinlein, met stip de absolute publiekslievelinge en elke keer wanneer ze de tribune passeert klinkt er luidkeels gejuich. De monotoon doordribbelende dartel draaft rondje-na-rondje, uur-na-uur, tot na ruim 17 uur de accu leeg is. Rennen verwordt tot wandelen, slenteren en uiteindelijk strompelen. Ze is ineens een stuk minder aantrekkelijk met haar witte gezichtje en holle oogkassen; 183.318 meter tikt ze af. Martina Hausmann heeft een soort langzaam-snel-wandelen ontwikkeld, de leek zou zeggen: t ziet er niet uit!, maar ik weet inmiddels beter: 165.290 meter. Ga er maar naast staan, of beter: ga er maar eens naast lopen… En dan hebben we Paul Kamphuis, of zoals de speaker steeds roept: Paultje Kamphuis. Inmiddels heeft hij een aardig repertoire op zijn naam staan. Wat me het meest opvalt, is zijn techniek; hij is één van de weinige lopers die a) niet gaat trekken met bepaalde lichaamsdelen en die b) niet gaat ‘diepzitten’ zoals zoveel triatleten wel plachten te gaan doen. Hij blijft zijn heupen naar voren gekanteld houden en loopt met kaarsrechte rug.

Paul is goedgemutst vandaag en telkens als hij langs de auto hobbelt dan is daar die glimlach van oor tot oor. Hij weet dit 24 uur lang vol te houden. Dat is misschien nog wel moeilijker dan 24 uur rennen, 24 uur grijnzen. Het is ook wel eens anders; Paul kan bloedserieus kijken tijdens het lopen en na de wedstrijd kan hij de kop hebben van een mishandelde Malthezer (zie de foto’s van de Ultra Trail Tour du Mont Blanc, een wedstrijd over 155 kilometer rondom de Mont Blanc, op www.dehardloopwinkel.nl). Als coach van Paul heb ik – zeker in het begin – niet het gevoel dat ik iets kan bijdragen. Ik ben erg moe en doe de oogjes toe, om – gelukkig – te kunnen constateren dat iedereen nog steeds vrolijk voor de auto langshobbelt, als ik ze weer open doe. Het gaat maar door. Ik besluit Paul nog even een oor aan te naaien, voordat de speaker er om 22 uur mee uitscheidt. Paul heeft de speaker wat informatie gegeven met onder andere de mededeling dat ik hem coach ‘als topatleet op zowel de langere als de kortere afstanden’. Ik duw dezelfde speaker een briefje in de handen, dat hij meteen begint voor te dragen als Paul langs de tribune paradeert: ‘kijk daar hebben we nummer 118, Paultje Kamphuis, de man die van zins is om in 2007 samen met zijn coach de Zuidpool over te steken met een pulka en een kite. Paul bereidt zich altijd professioneel voor op zijn avonturen, zo vergeet hij nooit zijn BUFF, het meest functionele lapje van de kosmos, een shawl, een muts, een halsband. Paul never leaves home without it’. Schaterlachend gaat Paul zijn volgende rondje in; mission accomplished, nu kan ik zonder schuldgevoel weer gaan slapen, hij kan er even tegen.

Als ik om 4 uur de ogen even open lacht hij nog steeds, om 5 uur ook en om 6 uur ook. Om 7 uur ga ik even langs de kant staan om hem aan te moedigen. ‘He man’ zegt ie, ‘lekker getukt? Alle ramen van de auto waren beslagen man!’ Dat kwam echter niet door mij, maar door de meest gruwelijke, stinkende zweetshirts die Paul gedurende 15 uur bij mij in de auto gedumpt heeft. Dank daarvoor Paul;-] Het is ongelooflijk om te zien dat een aantal lopers zoveel doorzettingsvermogen heeft. Ze lopen uuuuren achtereen met een grimas van oor-tot-oor, in een optimaal, efficiënt ultralooptempo en blijven maar gaan. Het doet pijn aan mijn ogen, dus ik doe diezelfde ogen maar weer even dicht.

Om 8 uur starten de 6-uur lopers en wordt het wat drukker op het rondje. Paul wandelt inmiddels wat vaker, maar ligt nog steeds op 160-kilometerkoers. De eerste 80 kilometer gingen in 9 uur en voor de 2e 80 kilometer heeft hij dus nog 15 uur. Paul heeft een boost gehad; er is inmiddels een aantal atleten uitgevallen, waardoor hij elk uur een plaatsje stijgt in de ranglijst van de 21e, naar de 19e, naar de 17e, naar de 15e, naar de 13e en uiteindelijk de 12e positie. Wanneer Paul nog één uur te gaan heeft loop ik met hem mee met een warm vest. Als het eindschot straks klinkt, moeten alle atleten stokstijf (dat zijn ze gelukkig reeds) blijven staan tot de man met het meetwiel arriveert. De meetman zal met krijt een rondje om de voeten van de betreffende ultraloper trekken om eventuele latere aanklachten over de gelopen afstand te voorkomen (na 24 uur is niet iedereen even scherp meer).

Gezamenlijk lopen we zo het 99e rondje. Bij het finishdoek passeren we Ed, de bondscoach van het Nederlandse ultraloopteam. Paul geeft aan dat hij het wel mooi geweest vindt, maar Ed is resoluut: daar krijg je spijt van, je bent al zo ver, nu loop je100 rondjes, geen gemaarrr, punt uit (in t Nederlands: LOPEN KRENG!). Paul lacht schaapachtig, hij weet wel beter. Ik kijk op mijn klokje, we hebben nog 25 minuten. We wandelen verder door de verzorgingszone. Paul kletst honderduit en lacht naar iedereen. Waarom rent ie niet?, vraag ik me af. Paul is echter vastbesloten. Dan komen we door de opwindende bocht (zie eerder), waarna een lang recht stuk volgt. ‘Paul’ zeg ik, ‘ga je nu een trend zetten? Als we straks 60 dagen met onze pulka’s over de Zuidpool gesleept hebben, haak je dan af met de pool in zicht?’ We lachen om dergelijke gevatte humorvolle opmerkingen. ‘Paul’ zeg ik, ‘maak die Ed gek en finish nèt voor het finishdoek, nèt geen 100 rondjes. Maak m heeeelemaal gek!’

Dan gebeurt iets wonderlijks; Paul begint te rennen. Ik geloof mijn ogen niet, hij geeft gas, gaat harder en harder, haalt Pauline Walker in die aan haar 202 kilometer zit. Steeds meer moeite moet ik doen om – gewapend met Paul’s vest, video- en fotocamera – Paul bij te kunnen houden. Maar dan slaat echt de kolder in z’n kop; voluit sprintend rent hij de laatste bocht door, de finishing straight op. Ed en ik grijnzen veelbetekenend naar elkaar, we hebben iets losgemaakt, we hebben een snaar geraakt bij Paultje. Ook de speaker weet het. ‘Paultje gaat los’ schreeuwt ie, en dan bemoederend fluisterend ‘’t ga goed he Paultje!?’ (de speaker heeft de neiging zich op te werpen als de moeder van de ultralopers, hij tracht ze immers al uren lang lullend wakker te houden). Paul finisht 83 meter na het finishdoek (Komt dat zien; finishen na de finish, dat kan alleen bij ultralopers, alleen die gaan langer door dan de finish).

De finishfoto valt in het water; het wordt een achteraanblik in plaats van een shot van voren, aangezien Paul me volledig naar het gif gelopen heeft met zijn poging de snelste 24-uurs-finisher te worden. In de verte komt Ed aangesneld. Hij geeft Paul een sportieve hand en grijnst. ‘Zie je wel!?’, zegt ie. Paul ziet het, ook ik zie het en zelfs de speaker ziet het. We zien het allemaal op het bord dat digitaal het aantal rondjes van de lopers weergeeft: Paul Kamphuis, 100 ronden, 165.355 meter.

Het is exact 14 uur, om 14.30 uur is de prijsuitreiking, wat betekent dat we een schamele 30 minuten hebben om op en neer te lopen naar de auto en eventuele andere kleren aan te trekken. Paul strompelt, of beter: hij ultra-strompelt. Hij heeft pijn, maar het zou gek zijn als dat niet zo was. Eenmaal terug bij de finish wordt Paul naar voren geroepen door de speaker om te vertellen over zijn Zuidpoolplannen (mijn schuld;-) Dan volgt de daadwerkelijke prijsuitreiking. Zelden zag ik winnaars met dergelijke, van pijn verwrongen gezichten op het podium klauteren. De Belg Alfons Vekemans gaat niet eens staan, maar gaat lekker op het podium zitten. Paul mag als 3e Nederlander en tevens 3e in zijn leeftijdscategorie naar voren komen om een beker en bloemen in ontvangst te nemen. Alfons Vekemans is met 220.253 de winnaar overall. Paul komt hem tegen in de douche. Hij heeft zo’n pijn dat hij, staand op een been, met de voet van het andere been tracht zijn sok omhoog te hengelen omdat hij niet meer kan bukken. Paul heeft verzuimd me te vertellen of zijn poging geslaagd is of dat Paul hem geholpen heeft.

Paul wurmt zich in de auto, waarna hij met zijn handen zijn benen op de juiste pedalen tilt. Wat gaat dit voor dodemansrit worden, vraag ik mij af… Hij duwt met zijn handen, net boven de knie het been neerwaarts, waarna ik voel dat de auto in beweging komt. We are moving!? Kreunen en steunen. Bij het stoplicht geeft Paul ternauwernood zijn andere been een douw, waarna we halverwege het zebrapad tot stilstand komen. We lachen als nooit tevoren: is dit sport die verbroedert of de humor van twee suïcidale, zelfdestructieve sporters?

Bij een eettentje stoppen we even zodat Paul zijn benen even kan strekken. Zijn liezen kloppen en met pasjes van 10 cm schuifelt hij puffend voort als een bejaard konijn waarvan de penlites moeten worden opgeladen. Als mental coach schreeuw ik hem over de parkeerplaats, terwijl we in de stuip liggen. Voorbijgangers trekken hun wenkbrauwen op bij zoveel schaterlachen. Paul fluistert: ‘ik stel me niet aan, ik heb echt zulke gruwelijke pijn, dat zeg ik nooit, ik heb echt een paar jasjes uitgedaan…’ Maar hij lacht nog steeds als hij me zijn opgezwollen, rooduitziende kniebanden toont (drie dagen later bleek Paul vrijwel volledig de oude).

Wanneer we in de buurt van Amsterdam komen, merk ik dat Paul wel heel rustig wordt. Wanneer ik links kijk, zie ik dat hij heerlijk ligt te slapen achter het stuur (en geef hem eens ongelijk). We rijden al op de oprit van het Shellstation. Bij de laatste bocht besluit ik hem toch maar even wakker te maken. ‘PAUL!!!’. ‘Ehh ja, ik was al op zoek, ehh, beetje moe, koffie’. Cappuccino en Red Bull doen hun werk en tien minuten later loopt Paul als een stuiterbal met koeienogen naar de auto. Onderweg wordt hij weer overvallen door de slappe lach. Auto’s op het Shellstation moeten wachten terwijl hij bijna vooroverkukelt van lachen en pijn tegelijk.

Eenmaal thuis wordt Paul opgevangen door een zeer intelligente en realistische dochter. Paul: ‘Ik was derde!’ Dochter: ‘Overall, of in je leeftijdscategorie?’ Dochter: ‘En moest je dan ook op zo’n podium met 1, 2 en vééél lager 3?’ Paul: ‘zucht, ik ga slapen en papa wil even niet gewekt worden.’ Aldus een fijn dagje sporten, oh nee: aldus fijn een weekendje sporten! Nawoord Gelukkig is er een paar dagen later de reactie van bondscoach Ed van Beek om Paul positief te stemmen: Ik ben blij voor je dat je er in geslaagd bent de 100 ronden toch vol te maken, want dat toont toch je karakter. Ik weet dat in dat soort gevallen mensen soms tegen je aan kunnen kletsen wat ze willen, maar je moet het toch zelf willen en doen. Een mooi ultradebuut met een mooie afstand ondanks de belabberde omstandigheden in de beginuren van de wedstrijd. Ik wens je nu vooral een heel goed herstel toe. Wees voorzichtig met lopen, want een 24 uur gaat je echt niet in de kouwe kleren zitten en vergt heel veel hersteltijd (ook al zal het op tijden lijken alsof je nergens meer last van hebt).