Elke dag zal er ongeveer als volgt uitzien: 6 uur opstaan, sneeuw smelten voor het ontbijt, veel koffie en thee drinken en om 8 uur gordelen we ons aan de sledes vast. Vervolgens lopen we 4 blokken van 2 uur elk, onderbroken door korte pauzes. Deze pauzes zijn afhankelijk van het weer, meer of minder aangenaam. Bij rustig weer is er even de tijd om op de slede te zitten en wat te eten en te praten. Na het lopen moeten we een kuil graven voor de tent. De sneeuw die uit de kuil komt gebruiken we om aan de windkant sneeuwwallen te fabriceren. Na opzetten van de tent gaat een van ons koken, waarbij ‘de koudste' in z'n slaapzak mag kruipen en eventueel kan filmen of fotograferen, of het dagboek bijwerken. Na eten zetten we de communicatieset op en zoeken we contact met de lokale politie en het lokale basecamp om onze positie, dagafstand, weersomstandigheden en fysieke/ mentale gesteldheid door te geven. Daarna volgt contact met het basecamp in Nederland en wordt het dagverslag doorgemaild voor de website.