Go-home Photos_no Nederlands English Iceland German
www.frozendreams.nl
Sauerland Energizer_logo Kika Willingen_usseln

Nieuws

Team Spartathlon Personal coaching Nieuws Nieuw News Los Content

Het is zo ver: 29 augustus Poldercross Warmond!!!

28 August 2008

29 augustus gaan weer meer dan 500 mensen door 27 sloten, 1 meer en 3 rivieren.  

spektakel!!!

 

Vijftiende Warmondse Poldercross: doe mee!

Op vrijdag 29 augustsus organiseert de WIJC de 15e Warmondse Poldercross.

Diegenen die zich niet hebben kunnen inschrijven via de voorinschrijving, kunnen zich op 29 augustus nog inschrijven.

INFORMATIE OVER DE POLDERCROSS

Jeugd (tot 14 jaar)
Inschrijving: de jeugd (10 t/m 13 jaar) kan zich inschrijven van 17.00 tot 18.00 uur.
Start: de jeugd start om 18.15 uur.

Senioren (14+)
Inschrijven: de senioren (14+) kunnen zich dan nog inschrijven van 17.00 tot 18.45 uur.
Start: de senioren starten om 19.00 uur.

Inschrijfgeld
Voor de jeugd: 4 euro.
Voor de senioren: 7 euro.

 

Verslag van de poldercross in 2006:

Pro's prutten en pilsen professioneel op de prutrace in de polder, Alles geven op de Warmondse poldercross

Jan Fokke Oosterhof

 

Vrijdag 18 augustus, D-day! De dag van de Warmondse poldercross. Martijn Wouden alias de horecaman die ook rent en ik, Fast Fokkie alias Enfant Terrible II, gaan excelleren op de poldercross, een wedstrijd waar we ruim een jaar naar hebben uitgekeken en naartoe hebben getraind.

 

Hoe train je eigenlijk voor de poldercross?, hoor ik de lezer vragen (een legitieme vraag). De poldercross, een fenomeen gekenmerkt door 27 stinkende blubbersloten, 4 vaarten en zelfs een lang stuk waarbij je ‘kneedeep' wadend een recreatieplas moet doorkomen. Martijn weet het wel: ‘hèhè, gewoon altijd alles geven!', roept ie meteen en zonder aarzelen. Ik voeg daar zonder enig nadenken aan toe: ‘gewoon altijd alles lopen!'. Dat maakt samen: alles lopen en altijd alles geven; HET ideale trainingsschema voor de poldercross.

 

Het leuke aan de poldercross is dat er ook altijd een uitstekend verzorgde derde helft is. De Warmondse poldercrossclub zorgt altijd goed voor de innerlijke mens, ongetwijfeld vanuit het adagio: als je stinkt, de modder loopt langs je kop en je ruikt jezelf, drink dan een lekker biertje en verwen de innerlijke crosser! Ook tijdens dit onderdeel geven Martijn en ik altijd alles; een zeer zwaarwegende aanleiding zelfs, om ons richting het Warmondse te begeven.

 

De start is bij de Warmondse ijsclub. Een gigantisch veld dat onder water kan worden gezet vormt het starterrein van de wedstrijd. We zijn vroeg want we hebben in het ‘circuit' vernomen dat er slechts 800 mensen aan de wedstrijd kunnen deelnemen. Gezien de uitstekende derde helft zal het druk worden; geen risico's dus en we leggen beslag op de eerste startnummers.

 

De strategie voor een poldercross is eenvoudig: alles geven en zorgen dat je als eerste in de eerste sloot ligt. Het volledige achterveld moet dan wachten tot jij uit die sloot bent en dus heb je een slootje vóór op de rest, zoals dat in poldercrosstermen heet. Vlak voor de start laat ik voor de ogen van vriendin, haar moeder en broertje en de rest van de wereld het webadres van de Hardloopwinkel op mijn rug en buik schrijven; alles voor de sponsor (we geven immers altijd alles!). De dame die de startnummers op onze armen kalkt met een dikke zwarte stift grijnst terwijl ze met grof geweld de stift door mijn borstharen rost. Rode striemen sieren mijn torso. Ai caramba: a charming sight I must be...

 

Gisterenavond. Het broertje van mijn vriendin belt; tips voor de poldercross? Vuilniszakken om zijn schoenen? Mmm nee, zuigt te hard. Spikes aantrekken? Haha, ja 13 mm en dan in de nek van je voorganger proberen te landen als hij hulpeloos in de sloot ligt te spartelen (wellicht kan je een nieuwe haasje-over-stijl introduceren en de sloten totaal skippen). Na een uitvoerige uiteenzetting over het altijd-alles-geven-gedachtengoed en de optimale poldercross-excellatieaanvalsstrategie, is de beste tip die ik hem kan geven: draag lichte wedstrijdschoentjes en snoer ze zo strak dicht met een 20-voudige mastworppaalsteekoogworp, dat het bloed uit de neuzen van je schoenen sijpelt. Draag vervolgens je allerstrakste tight, in de hoop dat je daarmee de stinkende blubber bij je essentiële lichaamsdelen weet weg te houden.

 

Nerveus staan we allemaal in onze blote bast te pielen. De vader van Martijn heeft ons nog even snel een paar prachtige witte tuinhandschoenen in de hand geduwd, met plakkende groenen nopjes voor de grip. Volstrekt overbodige ballast - na precies één sloot ben je ze kwijt - maar met een stalen gezicht trekken we ze aan om hem een poets te bakken, tot grote hilariteit van de omstanders (ik voel me echt een knakworst: strakke tight, rode striemen, het bloed loopt uit mijn schoenen, voor en achter de tekst http://www.dehardloopwinkel.nl/ en dan van die amateuristische witte tuinhandschoenen - met groenen nopjes nog wel...).

 

Ik zie dat sommige mensen ons vol afgrijzen gadeslaan. Hoe kun je toch met je volle verstand in zulke smerige sloten springen? Sloten die - na omwoelen van de modder - gitzwart worden, evenals de atleten die er doorheen geplonst zijn en die stinken als open riolen in New Delhi (of Den Haag, t zal niet heel veel uitmaken. New Delhi wordt er hier bijgehaald in verband met de visualisatie die ik als schrijver teweeg moet brengen bij het lezerspubliek, om de 1-dimensionale letters op papier nu net eff dat beetje extra mee te geven om een en ander te verlevendigen, maar dat terzijde).

 

Om terug te keren en weer even in het verhaal te komen na deze uiteenzetting over de combi tekst en beeld en de inwerking daarvan op een lezerspubliek: Hoe kun je toch met je volle verstand in zulke smerige sloten springen? Nu daar ligt precies de crux; bij het verstand. Als het startschot geklonken heeft, verliest eenieder het verstand (de een verliest meer dan de ander, maar dat terzijde). Als dolle maniakken, als een kudde kariboe's die door een rivier - vergeven van krokodillen - moet traverseren op zoek naar nieuwe graslanden, rent eenieder als een kip zonder kop het slootje in. Een collectieve verstandsverbijstering. En het leukste...!? Ik ga voorop! Als allereerste vlieg ik de eerste sloot in. Ik houd woord, ik excelleer, ik geef alles! Net voor de sloot zit superrosser Tim Brouwer de Koning nog voor me, maar hij heeft nog nèt niet al zijn verstand verloren (betekent dat, dat hij méér heeft als ik? Haha;-) en houdt in, bij het zien van de sloot. Ik niet! Vol overgave dompel ik me onder in de oase van prut. Ik voel me weer even die kleine Fokke die - tot afgrijzen van zijn moeder - met zijn gele laarsjes in een plas van middel- tot grote afmetingen staat te springen. Edoch, dit is beter: hoe meer zielen, hoe meer modder.

 

Als ik in de tweede sloot lig, vliegt Marco Loogman me voorbij. Wadend in de prut, zie ik zijn wedstrijdschoentjes rakelings langs mijn - van verstand verschoonde - schedeltje schieten en landen op de wal, aan de overzijde van de sloot. Geniaal! Dit had ik kunnen verzinnen! Niet de pendulestijl, waarbij je met één been voor je in de sloot knalt en meteen doorkantelt, de wal op. Nee!!! Meteen over de sloot heenspringen! Briljant! Wie niet sterk is moet slim zijn (oops, sterk is hij wel...) of koppie koppie! (al rijmt dit slecht met de theorie over verstandsverbijstering, waarschijnlijk ie het alvorens het startschot klonk). Ik concludeer dat deze verspringstijl mijn pendulestijl overtreft qua subtiliteit, maar concludeer ook meteen dat deze stijl voor mij niet is weggelegd. Iemand die de kruisbanden aan één knie mist, moet dit NIET doen. Ik krabbel dus in buikglijstijl de wal op, richt me op en zet de achtervolging in.

 

De sloten zijn veel dieper dan vorig jaar, hetgeen de langeren onder ons wel aanstaat. Op aanraden van schoonmoeders , geef ik de laatste kilometer alles, om twee deelnemers in te halen en daarmee een plek bij de eerste tien te veroveren. De enige reden dat ik hierin slaag, is het feit dat twee kleine knaapjes (haha) de sloot niet uitkomen (ik trok er stiekem eentje onder water aan zijn enkel van de wal af, terug de sloot in en zette vervolgens met mijn hand op z'n hoofdje af, maar dat uiteraard terzijde ;-).

 

Omdat ik de eerste ronde op het veld alles gegeven heb en als eerste in de sloot lag, moet ik nu even recupereren en enkelen voor laten gaan. Al snel haalt Royce - poldercross - Kortekaas me in. Voor de leek: Royce is vijfvoudig winnaar van de Poldercross. Royce is de poldercrossGOD, mijn idool, ik wil slootjes ronden als Royce. Hij presteert het zelfs om maagdelijk wit te blijven in zijn strakke witte triathlontenuetje. Stijlvol, elegant, fier, machtig. Snotterend, kwijlend en slijmend probeer ik in zijn voetspoor te blijven, onderwijl een slijmspoor achterlatend waar een slak jaloers op zou worden en mijn medeatleten in uitglijden (ook een strategie ;-).

 

Vol overgave kwakken we ons in alle sloten, heen en weer en op en neer.  Als ik langs een sloot kijk, zie ik dat ik er minimaal zes keer doorheen moet, om moedeloos van te worden. Als ik later de foto's terugkijk vormt een en ander een surreëel spektakel. Ben benieuwd met welke ogen bijvoorbeeld Japanners naar de foto's kijken als ze geen toelichting hebben gehad. Uitermate geschikt materiaal om de website weirdpictures.com van de grond te krijgen.

 

Halverwege de wedstrijd spoedt Tim Brouwer de Koning me weer voorbij. Inmiddels is ook hij zijn hardnekkigste cellen verloren en voelt zich hier thuis. Later zou hij er een mooi artikel aan wijden in het Leids Dagblad, getiteld ‘geen enkel houvast tijdens de poldercross' ('s mans wanhoop klinkt door in de titel; dit in tegenstelling tot de titel bovenaan deze column ;-).

 

Bij de laatste sloten duiken familie en bekenden weer op (al is opduiken in deze context een slecht gekozen term, gezien het feit dat wij opduiken, zij staan erbij en kijken ernaar. Ze smeren nog net geen broodjes.). Op aanraden van schoonmoeders druk ik de kleine knaapjes in de modder, me afzettend op hun kinderhoofdjes en daarmee een plaats in de top 10 veroverend. Als negende kom ik over de meet, alwaar een grijnzende vader direct de meest fotogenieke kiekjes in mijn hardloopcarrière weet te schieten. Marcel duwt me vlug een biertje in handen, zodat het nog wat lijkt. Gulzig laat ik het koude vocht naar binnen lopen, terwijl de modder instralen langs mijn hals loopt, evenals het bloed langs mijn schenen. Nu - enkele weken later - heb ik nog steeds geen Oil-of-Olaz-benen. Maar! Ik heb in ieder geval geen dikke regenworm op mijn schouder gehad zoals Martijn! Rrrr, de aanblik doet vast eenieder watertanden (zie de foto's). Snel spring ik onder de brandslang, maar baten mag het niet, want een week later ben ik nog steeds niet volledig ontmodderd.

 

Tijdens de derde helft geven we wederom alles. Vorig jaar eindigde ik nog ergens in een plantsoen ergens op de Willem de Zwijgerlaan. Ik had het vreselijk koud en concludeerde dat dit niet mijn bed was. Direct daarna concludeerde ik dat ik mijn te dure outdoorvest was vergeten. Dit jaar doen we het iets rustiger aan en toppen af met drie frikandellen-speciaal. We kwamen als eerste aan en verlaten als laatste de polder, zoals het pro's op de prutrace in de polder betaamt.

 

Wordt vervolgd...

Nieuws overzicht

29 Jul Alpendrama